Er staat hier in de buurt een beeld waar ik jarenlang gedachteloos langsheen fietste. Zo’n beeld dat er gewoon is, onderdeel van de omgeving, zonder dat je er echt naar kijkt. Totdat ik op de website van Kunstpunt Groningen las dat het “Olga met kat” is, van Jan Wolkers.
Olga. Met kat.
Ik was geen kattenmens
Want ik was dus totaal geen kattenmens. Mijn moeder is allergisch, dus ik groeide op zonder dieren. We hadden ooit wel even een konijn, Springer. In een hok op het dakterras. Loslaten kon niet; één sprong en hij had zo naar beneden kunnen storten. Springen deed hij dus eigenlijk niet. We waren er ook gewoon een beetje bang voor. Het was allemaal niet echt een succes. En ik had toen ik klein was een nachtmerrie waarin we een kat hadden en ik hem veel te lang was vergeten eten te geven. En dat bleef hangen. Dieren waren iets voor anderen.
Langzaam veranderde er iets
Totdat er kinderen kwamen. En die hadden één duidelijke wens: een kat. Niet even, niet een fase, maar minstens twee jaar lang. Wat begon met aaien bij de buren, werd al snel rondstruinen door de wijk op zoek naar katten. En toen gingen wij zelf eens struinen op Marktplaats. Gewoon eens kijken. Totdat daar ineens een kitten verscheen. Eigenwijs koppie, witte pootjes. En toen waren we toch een beetje om. Kees werd de naam. Oké, dacht ik. Ik doe dit voor jullie. Niet voor mezelf.
Een kat in huis
En ergens, vrij ongemerkt, begon ik hem leuk te vinden. Zowel zoon als dochter hadden zoveel lol met hem. Iedere ochtend vlogen ze naar beneden om vervolgens ruzie te maken over wie hem als eerste brokjes mocht geven. En toen zoon Koen een keer ziek was, lag daar Kees. Op het dekentje bij Koen. Alsof hij dacht: dit is mijn taak vandaag. En het hielp.
“Waar is Kees?” Dat is zo’n beetje de standaardvraag in huis. En toen Kees voor het eerst hoog in een boom zat, stonden Minke en Koen hem naar beneden te coachen: “ons kleine broertje.” En als ik aan het werk ben, komt hij naast de computer in het mandje liggen. Best gezellig eigenlijk, zo’n snurkende collega.
Plus dat de hoeveelheid werk rondom Kees me eigenlijk best wel meevalt. Zelfs de kattenbak is inmiddels weg. En zijn eerste muis werd onder luid gejuich ontvangen. Hij liet hem gewoon even zien (gelukkig lagen er nergens restanten). Er is gewoon een stukje natuur in huis gekomen dat alleen maar bezig is met de essentie: eten, knuffelen en slapen. Je wordt er gewoon rustig van als je ernaar kijkt.
Kattenvrouw
Dus ik ben gewoon om. Kees is een volwaardig lid geworden van ons gezin. En ik ben een kattenvrouw geworden. Ik herken de katten uit de wijk, groet ze, inclusief hoog stemmetje; alles erop en eraan.
Inspiratie
En Kees is nog niet klaar. Want inmiddels is hij de inspiratie voor een kinderboek! Een hele andere tak van sport, maar wel ontzettend leuk. Het verhaal ligt er al. Wat nog ontbreekt is een illustrator die samen met mij in dit avontuur wil stappen, maar die zoektocht is inmiddels begonnen.
Nooit geloofd
Had iemand me dit een paar jaar geleden verteld, dan had ik het echt niet geloofd.
En toch is het zo gelopen.
Olga met kat.